INTERCOMMUNALE VERENIGING HOOGE MAEY

Monitoring

De sanering van de stortplaats Hooge Maey heeft in de eerste plaats als doel de risico’s in te perken. De nadruk ligt hierbij op het vermijden van uitloging van het percolaat naar het grondwater en van stortgasemissies naar de atmosfeer.
De sanering wordt aangepakt op basis van het IBC-concept (IBC= isoleren, beheersen, controleren). De controle - de C van IBC - houdt in dat frequent gemonitord wordt. Zowel de kwaliteit van het grondwater, de emissies naar de atmosfeer als het geloosde effluent van de waterzuivering worden strikt opgevolgd.

Eén van de eerste stappen in de sanering (in 1999) was het inrichten van een monitoringssysteem van het grondwater.Langs de randen van de site werden 37 monitoringstations geplaatst. Elk monitoringstation bestaat uit drie aparte monitoringputten (op 15, 25 en 40 m diepte),boven de Boomse klei. Sinds 1999 worden op regelmatige tijdstippen bemonsteringscampagnes uitgevoerd.

De monitoring toont aan dat de saneringswerken op de Hooge Maey geen invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater. De metingen tonen geen relevante verontreinigingen aan die verband houden met de activiteiten op de stortplaats.

De historiek van de grondwaterkwaliteit wordt bijgehouden in een GIS databank. (GIS: Geografisch Informatie Systeem)